Sample 1

Translated text

In the 17th and 18th century, pirates, buccaneers and other adventurers began arriving in Port Royal, Jamaica, eventually making it their base of operations in the Caribbean. For the most part, the buccaneers had their base on Tortuga. The island is located in Haiti, 60 nautical miles west of Monte Cristo. The island was named for its shape which resembles a sea turtle (tortuga in Spanish).

When the Spaniards burned all the towns on the north coast of La Hispaniola and forced the inhabitants to move south, the beneficiaries were the English and French adventurers who colonized the area. The uninhabited island of Tortuga became the place where all pirate ships would dock. Over time a small town was founded and the population on the northern part of the island began growing tobacco. In 1640 the French drove the English out of Tortuga and by 1725 it had become the richest and most economically prosperous French colony in the world. No doubt, most of the success was due to piracy-related activities. Of course, the geographic location also played a major role in the success of Tortuga, as it was near the main shipping route that the Spanish treasure fleet used. Pirate ships were often waiting for their prey in the rich waters near Montecristi, Puerto Plata and around the Bay of Samana. Pirates also plundered the north coast of La Hispaniola. The looting of Puerto Plata in 1689 was carried out by French pirates led by La Fleuré d'Oregon and d'Isle.

Certainly pirates were responsible for a large part of the losses of ships in the Antillean waters. But this was not the only reason for the destruction in the region. The entire Caribbean is known for violent hurricanes that strike quickly from June to September every year. This was the main reason why the Spanish ships left for Europe in June, in order to avoid the destructive winds. Often ships had to postpone their departure due to technical issues, making them potential victims of hurricanes. Some storms sank entire fleets with heavy loss of life and treasure.

Hurricanes were the main cause of many shipwrecks around the island of La Hispaniola during the last five hundred years. Today, detailed information can be found about these devastating hurricanes. In several books and documents inside the archives of the Casa de las Indias Contrataciones in Seville, we find evidence that many ships were transporting vast treasures and valuable cargoes at the moment the disaster struck.

What follows are some examples of hurricanes that hit the island of La Hispaniola during the first century of its discovery.

  • In July 1502 a terrible hurricane destroyed almost the entire fleet of Governor Francisco Bobadilla consisting of crew and valuable cargo. This occurred southeast of the island of Saona and the fleet consisted of thirty-two ships.
  • In August 1508 a strong hurricane swept the coastal city of Buenaventura. All the homes on the island, including stone structures, were destroyed. At the time of the storm, there were more than 20 ships anchoring in the harbor. None of them were spared. Strong winds pushed some into the coral reefs while others were driven out to sea where they sank one by one. This particular hurricane is listed with all the details in the known historical work of Don Oviedo, Historia General y Natural de las Indias, Book VI. Chapter III. According to this source, the hurricane lasted more than twenty-four hours.
  • In August 1509 another major hurricane sank eighteen ships anchored in the port of Santo Domingo.

Original Dutch text

In de 17de en 18de eeuw vestigden piraten, zeerovers en andere gelijkaardige avonturiers zich in Port Royal, Jamaica. Hier was hun uitvalsbasis voor operaties in de Caraïben. Ondertussen hadden de boekaniers hun uitvalsbasis op Tortuga, dat vandaag de dag nog steeds dezelfde naam draagt. Het eiland ligt in Haïti op 60 zeemijlen ten westen van Monte Cristo. Het eiland werd genoemd naar zijn vorm waarvan de gelijkenis met een zeeschildpad (tortuga in het Spaans) verbluffend is.

Nadat de Spanjaarden alle steden aan de noordkust van La Hispaniola platgebrand hadden en de inwoners gedwongen hadden naar het zuiden van het eiland te verhuizen, profiteerden de Engelse en Franse avonturiers van hun afwezigheid om het onbewoonde eiland Tortuga te koloniseren. In 1629 werd het eiland de plaats waar alle piratenschepen uit de regio stopten om hun proviant in te doen. Na verloop van tijd werd er een kleine stad gesticht. De bevolking begon in het noorden van het eiland tabak te telen. In 1640 verdreven de Fransen de Engelsen uit Tortuga en controleerden langzamerhand de regio. Tegen 1725 was Tortuga het rijkste en meest economisch bloeiende Franse kolonie ter wereld. Geen twijfel dat het grootste gedeelte van het succes te wijten was aan piraterijgerelateerde activiteiten. Uiteraard speelde de geografische ligging ook een grote rol in het succes van Tortuga. Het lag vlak bij de hoofdzeevaartroute die de Spaanse zilvervloot gebruikte. Piratenschepen lagen dikwijls in een hinderlaag te wachten op hun rijke prooi in de waters nabij Monte Cristi, Puerto Plata en rond de baai van Samana. Piraten plunderden ook de noordkust van La Hispaniola. Het plunderen van Puerto Plata in 1689 werd uitgevoerd door Franse piraten aangevoerd door La Fleure, d’Oregon en d’Isle.

Zeker waren piraten verantwoordelijk voor een groot deel van de verliezen van schepen in de Antilliaanse waters. Maar dit was niet de enige reden van de vernietigingen in die regio. Het gehele Caribische gebied staat bekend voor gewelddadige orkanen die ieder jaar van juni tot september snel toeslaan. Dit was de hoofdreden waarom de Spaanse schepen voor juni terugkeerden naar Spanje om de vernietigende winden te mijden. Maar regelmatig moest ieder jaar het vertrek uit La Habana uitgesteld worden om technische problemen met de schepen. Later zeilen maakte de vloten potentiële slachtoffers van sommige orkanen. Sommige stormen lieten volledige flottieljes naar de zeebodem zinken met een groot verlies tot gevolg. Levens gingen verloren en de schatten waren kwijt.

Orkanen waren de hoofdoorzaak van vele scheepswrakken rond het eiland La Hispaniola gedurende de laatste vijfhonderd jaar. Vandaag de dag kan er gedetailleerde informatie gevonden worden over deze vernietigende orkanen. In verschillende boeken en documenten in de archieven van “Casa de Contrataciones de las Indias” in Sevilla vinden we getuigenissen van terug. Vele schepen transporteerden enorme schatten en waardevolle vrachten op het ogenblik dat het noodlot toesloeg.

Wat nu volgt zijn enkele voorbeelden van orkanen die het eiland La Hispaniola troffen gedurende de eerste eeuw van zijn ontdekking.

  • In juli 1502 vernietigde een verschrikkelijke orkaan bijna de gehele vloot van gouverneur Francisco Bobadilla bestaande uit bemanning en waardevolle vracht. Dit gebeurde ten zuidoosten van het eiland Saona en de vloot bestond uit tweeëndertig schepen.
  • In augustus 1508 veegde een sterke orkaan de kuststad Buena Ventura van de kaart. Niets bleef staan. Alle woningen, zelf de stenen woningen, moesten eraan geloven. Er lagen toen meer dan twintig handelsschepen voor anker in de stadshaven. Geen enkel schip bleef gespaard. Ze zonken allemaal. Sterke winden duwden schepen tegen de koraalriffen. Anderen werden naar zee gedreven waar ze één voor één zonken. Niemand hoorde nog iets van deze schepen of van hun bemanningsleden. Deze specifieke orkaan wordt vermeld met alle details in het bekende historische werk van Don Oviedo, “Historia General y Natural de las Indias”, boek VI. Hoofdstuk III. Volgens deze bron duurde de orkaan meer dan vierentwintig uur.
  • In augustus 1509 bracht een andere zware orkaan achttien schepen tot zinken, die voor anker lagen in de haven van Santo Domingo.